Even kennismaken met ... Bart Moesbergen, nieuw lid van de Raad van Commissarissen

Bart Moesbergen is sinds januari 2019 lid van de Raad van Commissarissen bij Dudok Wonen. ‘Ik vind dat je iets moet hebben met de corporatie waarvoor je gaat werken en je voor jezelf een toegevoegde rol moet zien. Ik vind Dudok Wonen heel vooruitstrevend. De organisatie probeert de kleine portemonnee, maar ook de iets minder kleine portemonnee te bedienen'. We stellen hem graag aan u voor!

Kunt u in het kort wat over uzelf vertellen?

‘Ik woon samen met mijn vrouw en twee kinderen van 14 en 16 jaar in Driebergen. Ik geniet onwijs van mijn kinderen en merk dat ze ouder worden. Ze puberen en zijn langzaam wereldwijs aan het worden. Ik heb mijn kinderen geleerd om dingen gewoon te doen: ‘nee heb je en ja kun je krijgen’. Op die manier sta ik zelf ook in het leven. Zo heeft mijn zoontje laatst een nieuw soort winkelconcept benaderd waar hij heel graag stage wilde lopen. Hij heeft gebeld en simpel gezegd: ‘ik wil bij jullie stage lopen’. Dat heeft hij zo volhardend gedaan, dat hij het ook daadwerkelijk voor elkaar heeft gekregen. Dat betekent dat hij zijn verhaal goed heeft gebracht. Dat vind ik daadkrachtig.’

Daarnaast hockey ik en houd ik van hardlopen. Ik vind het belangrijk om zowel lichamelijk als geestelijk fit te blijven. Ik ben erg betrokken bij vrienden en praat graag met hen over het leven en hoe zij in het leven staan. Daarnaast vind ik het ook belangrijk om er voor mijn vrienden en familie te zijn. Daar maak ik dan ook tijd voor.’

En op werkgebied? Wat doet u naast uw functie als commissaris?

‘Ik ben ruim twee jaar zelfstandig ondernemer. Ik heb een bedrijf in vastgoedontwikkeling. Dat is nog niet zo makkelijk in deze tijd. Er is altijd wel iemand te vinden die meer wil betalen of beloven. Ik probeer dichtbij mijzelf te blijven. Met vraagstukken en kansen bezig zijn die bij mij passen en waar ik achtersta. Daar zit immers de energie.

Tegelijkertijd ben ik ook commissaris bij een corporatie in het dorp waar ik woon. Ik ben volgens mij de enige persoon die ook echt in diezelfde gemeente woont. Best grappig. Zowel burgers als wethouders spreken mij weleens aan. Op die manier ben je écht de oren en ogen van een organisatie – ook op een meer informele manier. Ik zie daar echt de voordelen van.

Ik zit ook nog in de Raad van Toezicht van een onderwijs-stichting met 18 basisscholen. Ik vind dat je basisschoolleerlingen zo goed mogelijk moet laten uitstromen en hun talenten moet benutten. Hoe meer gereedschap zij meekrijgen, hoe meer kansen zij krijgen. Dat vind ik ontzettend leuk om te doen. Ik sta daarbij primair voor de kwaliteit van onderwijs, zonder natuurlijk de continuïteit van de scholen en de stichting te vergeten.

Daarnaast werk ik ook nog voor het College sanering. Dat is een toezichthouder op zorginstellingen, waarbij ik met name toets of deze instellingen op de juiste wijze met hun vastgoed omgaan bij verkoop of verhuur. Ook werk ik incidenteel op interim-basis voor woningcorporaties. Ik vind werken echt leuk. Ik kies daarin bewust (en soms onbewust) ook allemaal voor de leuke dingen.’

Kunt u in een paar hoofdlijnen aangeven wat uw motivatie voor deze functie is. Dat uw hart bij vastgoed ligt is duidelijk, maar waarom kiest u voor de RvC van Dudok Wonen?

‘Ik vind dat je iets moet hebben met de corporatie waarvoor je gaat werken en je voor jezelf een toegevoegde rol moet zien. Ik vind Dudok Wonen heel vooruitstrevend. De organisatie probeert de kleine portemonnee, maar ook de iets minder kleine portemonnee te bedienen. Daarmee denkt de corporatie aan mensen die niet sociaal kunnen huren, maar ook (nog) niet kunnen kopen. In de volle breedte van betaalbaar wonen. Ik zie dan verschillende dingen waarvan ik denk: wauw, daar wil ik echt een bijdrage aan leveren! Het grappige is dat ik weleens tegen iemand heb gezegd dat ik graag een rol zou willen spelen bij Dudok Wonen, en toen kwam deze functie ook nog eens écht langs. Heel leuk! Er gebeurt namelijk zoveel in deze branche. Zo ook de overregulering van de overheid waarbij wij tegelijkertijd zoveel mogelijk mensen moeten helpen met dezelfde euro. Erg dankbaar om daaraan bij te mogen dragen.’

Op welk vlak zit uw bijdrage dan precies?

‘Ik zoek graag de randen op. En ik denk dat Dudok Wonen de randen ook opzoekt. Ik vergelijk het vaak met een vierkantje waarbij je niet buiten de randjes mag kleuren. Ikzelf zie echter een hele dikke rand waarbinnen je ook nog speelruimte hebt. Binnen die speelruimte kun je onderzoeken hoe je meer mensen kunt helpen met hetzelfde geld. Je moet de grenzen opzoeken en binnen die grenzen kijken wat je kunt doen. Mensen die net niet binnen de sociale sector vallen moeten ook kunnen wonen en voor die mensen maakt Dudok Wonen ruimte. Het is mooi en uitdagend om daarin een goed evenwicht te zoeken. Die grenzen opzoeken vind ik erg waardevol.’

Wat zijn uw meest kenmerkende eigenschappen en uw valkuilen?

‘Ik ben toch wel ongeduldig. Soms vind ik dingen zo logisch en dan vraag ik mij oprecht af waarom het niet (op die manier) gebeurt. Ik heb er wel mee leren omgaan hoor, maar dit is toch wel een valkuil. Daarnaast is mijn betrokkenheid ook wel een valkuil. Ik vind het fijn om mensen te helpen. Wanneer er dan een beroep op mij wordt gedaan denk ik ook echt mee en soms ga ik daar iets te ver in. Als mensen dan aangeven: ‘Bart, ga terug in je hok’, vind ik dat ook helemaal niet erg. Je moet dat tegen elkaar kunnen zeggen.’

Ik ben anderzijds wel heel creatief. Ik kijk altijd naar hoe je bepaalde vraagstukken of uitdagingen mogelijk kunt maken. Daarnaast kan ik goed bijzaken van hoofdzaken scheiden. Ik focus mij echt op de kern. Wat is het doel? Wat is het probleem of de kans? En hoe ga ik daarmee om? En vooral ook: hoe ga ik het oppakken en/of oplossen?

Ik houd van mensen! Iedereen heeft zijn of haar eigen kennis, kunde en een andere achtergrond. En daarmee andere ervaringen en een andere waarheid. Ik probeer goed te luisteren naar die verschillende waarheden en toets dat met die van mij. Dat is heel verrijkend en het helpt je snappen waarom bepaalde dingen nu zo gaan.’

Gaan wij u als RvC-lid goed leren kennen?

‘Ik probeer te luisteren in organisaties naar wat er speelt. Ik heb in dit geval geen bestuurlijke rol. Ik ben commissaris, dus een rol waarin je gepaste afstand houdt. Ik probeer altijd wel betrokken te zijn bij informele bijeenkomsten. Ik schuif dan bij verschillende mensen aan want ik houd er niet van om steeds maar bij één groepje te zitten. Ik ben geïnteresseerd in mensen en vraag graag door om erachter te komen hoe mensen ergens tegenaan kijken en wat hun achtergrond is. Daar probeer ik dan wat van te vinden. De deur bij elkaar platlopen is volgens mij ook niet de bedoeling. Maar het is wel zinvol om goed te luisteren en mensen mogen mij ook altijd aanspreken. Ik sta altijd open voor vragen.’

Welke opgaven ziet u de komende jaren voor Dudok Wonen?

‘De financiële stabiliteit is belangrijk. Ik zie ook wel een uitdaging in de vraag hoe we met dezelfde euro nog veel meer kunnen, zodat we nog meer mensen kunnen helpen. Dit kan gaan om zowel beschikbaarheid als betaalbaarheid waarbij beschikbaarheid wel de prioriteit heeft.’

Welke informatie is voor u m.n. belangrijk om goed zicht te hebben op het bestuur en het beleid van een onderneming van onze omvang?

 ‘Ik heb de laatste twee vergaderingen meegemaakt. Ik heb tijdens deze vergaderingen heel veel stukken gezien met heel veel informatie. Dat is vaak wel helder. Maar… hoe kom ik achter de dingen die ik eigenlijk óók zou moeten of willen weten? Ik denk dat ik daar achter kom bij bedrijfsbijeenkomsten of als ik een keer kan aanhaken als sparringpartner. Dan hoor je wellicht meer en andere dingen, maar wat en hoe dat weet ik nog niet precies.’

Met name de laatste twee punten zijn deels gebaseerd op gevoel en intuïtie. Tot in hoeverre mag intuïtie een belangrijke rol spelen in het oordeel van de commissaris?

‘Ik vind dat intuïtie een hele belangrijke rol speelt. Daarbij zijn drie dingen onmisbaar: hoofd, hart en buik. Een voorbeeld: mijn verstand zegt veel rationele dingen, mijn hart zegt ‘het zit eigenlijk wel goed’, en mijn buik zegt ‘mwuah, het voelt niet helemaal lekker’. Op die manier bepaal je of je dingen bespreekbaar maakt of niet en hierbij komt intuïtie kijken. Hoofd, hart en buik moeten met elkaar in balans zijn. Als ik ergens binnenkom en mijn nekharen gaan overeind staan, dan vraag ik door. Dan kom je vaak wel achter dingen, maar niet altijd. Maar dan heb je tenminste wel doorgevraagd. Dus intuïtie is in mijn optiek heel belangrijk.’

Vertalen / Translate