Interview met Emine Özyenici, nieuw RvC-lid van Dudok Wonen

Emine Özyenici is per 1 september 2018 RvC- lid van Dudok Wonen. Wie is de vrouw achter deze ‘functie’ en wat drijft haar om als commissaris voor Dudok Wonen te werken? U leest het in dit interview.

 

Kunt u in het kort wat over uzelf vertellen?
‘Ik ben getrouwd en woon met mijn man en twee kinderen van 13 en 16 nabij Utrecht. Ik ben geboren en getogen in Den Haag waarna ik de opleiding Bedrijfseconomie heb gevolgd aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Op dit moment ben ik directeur Informatievoorziening en Inkoop bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid. Naast mijn werk reis ik graag, dichtbij en ver weg. Ik ben zeer geïnteresseerd in mensen, culturen, vernieuwing en houd van nieuwe ervaringen.’

Kunt u in een paar hoofdlijnen aangeven wat uw motivatie voor deze functie is, waarom kiest u voor de RvC van Dudok Wonen?
‘Eigenlijk ligt deze uitdaging in het verlengde van mijn carrière. Dat lijkt misschien op het eerste gezicht niet zo omdat ik werk bij Justitie en Veiligheid, maar toch raakt het elkaar. Binnen deze corporatiesector gaat het over leefbaarheid én woningbezit: beiden primaire levensbehoeften. Dat vind ik ontzettend boeiend. Daarnaast vind ik Dudok Wonen een vernieuwende organisatie door bijvoorbeeld de gekozen huur & koop strategieën. Dat geeft aan dat je als organisatie creatief denkt en midden in de maatschappij staat. Mijn ervaring als commissaris bij woningcorporatie Vivare, die ook vernieuwende strategieën hanteert, heeft bevestigd dat dit soort organisaties mij erg goed liggen.’

 In welke opzichten kunt u meerwaarde leveren aan de organisatie?
‘Aan de digitaliseringsportefeuille. Mijn huidige functie komt daarin goed van pas. Ik houd mij op dit moment bezig met digitalisering van het ministerie in de breedste zin van het woord: beleidsmatig, op control gericht, in de uitvoering van grote ICT projecten etc. Als ik denk aan Wonen denk ik direct aan vragen of digitalisering toegepast moet worden in communicatie richting klanten, in huizen of op de werkvloer? Daarnaast kan ik ook meerwaarde bieden als veranderdeskundige. Ik vind het speciaal om huurderscommissaris te zijn omdat je een speciale functie vervult. Je haalt het gesprek en de zorgen op bij de HBV en zorgt dat je deze bij de organisatie teruglegt. Tegelijkertijd fungeer je als intermediair tussen deze partijen. Uiteindelijk ben je dagelijks bezig met mensen en dat houd mij met beide benen op de grond.’

Wat zijn uw meest kenmerkende eigenschappen en uw valkuilen?
‘Teamwerk is voor mij erg belangrijk. Van nature ben ik erg energiek. Dit heeft als valkuil dat ik door kan blijven gaan. Het is daarbij dus gewenst een evenwicht qua vernieuwing en planbaarheid te hebben. Ik raak in mijn element wanneer we spreken over nieuwe kansen zien én grijpen. Ik ben minder goed als ik merk dat er dingen niet volledig worden uitgesproken. Ik houd van open mensen en eerlijkheid. Het is prima als je het oneens bent met elkaar en ik ben er dan ook voorstander van dit te allen tijde netjes en open te melden.

Gaan wij u als RvC-lid goed leren kennen?
Er zal altijd een stukje afstand blijven bestaan tussen RvC-leden en de organisatie zelf. Dit komt al voort uit het feit dat we niet onder één dak werken en niet permanent bij jullie in de organisatie zijn gehuisvest. Tegelijkertijd vind ik het belangrijk en ook erg leuk om elkaar beter te leren kennen middels bijvoorbeeld werkbezoeken of afspraken met de HBV. Het maakt dan niet eens heel veel uit of je dit collectief of op individuele wijze doet. Ik zie mijzelf echt als een verlengstuk van het bedrijf, ik werk gewoon voor Dudok Wonen! Ik houd ervan om rechtstreeks contact te hebben en te onderhouden met verschillende afdelingen. Mag ik een voorstel doen? Het lijkt mij geweldig om een blog te starten waar RvC-leden om en om hun verhaal delen. Zo komen we alweer een stap dichterbij, toch?’

Welke opgaven ziet u de komende jaren voor Dudok Wonen?
‘De continuering van de strategie is denk ik al een opgave op zich. Het blijven aankopen en het bouwen van nieuw bezit versus het verkopen van bezit is denk ik een uitdaging. De bouwsector is enorm aangetrokken dus ik kan mij voorstellen dat Dudok Wonen expansiedrift heeft om aan de vraag te voldoen. De vraag is of de omgeving dit aankan. Duurzaamheid is ook zeker een vraagstuk binnen de sector. Ik weet dat men in de bouw al heel ver is met dit onderwerp en ik weet nog niet hoe Dudok Wonen tegen dit onderwerp aankijkt wanneer het gaat om oud bezit. Het oude bezit verduurzamen is vaak een moeilijkere opgave dan nieuwbouw duurzaam opleveren, dus ik ben benieuwd. Digitalisering lijkt mij ook een opgave; in hoeverre gaat Dudok Wonen verder dan alleen het huisvesten van mensen? Dankzij technologische concepten in de bouw en in de zorg kun je mensen misschien anders huisvesten of langer op dezelfde plek huisvesten. Dit kan correlatie hebben met veel besproken onderwerpen in de sector, namelijk: doorstroming en scheefwonen.’

Welke informatie is voor u m.n. belangrijk om goed zicht te hebben op bestuur en beleid(uitvoering) van een onderneming van onze omvang?
‘Ik hecht waarde aan vier soorten informatie. Ten eerste de stukken die RVC-leden altijd krijgen; formele stukken als kwartaal rapportages, jaarplannen, vastgoedprognoses, strategische plannen, OR-besluiten etc. Deze informatie is belangrijk omdat het de basis vormt waarop je je advies baseert. Wat voor mij aanvullend is op deze stukken is de interactie met de bestuurder en de medewerkers van Dudok Wonen in de vergadering. Vanuit deze gesprekken haal ik vaak ook waardevolle informatie. Daarnaast zijn signalen van mensen erg belangrijk en nuttig. Het is belangrijk om te weten of mensen gelukkig zijn in het bedrijf. Hierbij let ik op het percentage ziekteverzuim, of het verloop onder medewerkers groot is, of mensen binnen de organisatie blij zijn, of mensen hun zegje mogen doen, of mensen vragen om reflectie, enzovoorts. Samengevat: of zij zich kunnen uitspreken. Als laatste vind ik het contact met bewoners en de HBV ook belangrijk. Zij zijn namelijk de mensen waar je het uiteindelijk voor doet en hebben vaak interessante informatie. Ik ben niet de commissaris die alleen vanuit de procedures kijkt.’

Met name de laatste twee punten zijn punten gebaseerd op gevoel. Tot in hoeverre mag intuïtie een belangrijke rol spelen in het oordeel van de commissaris?
‘Formaliteit vind ik heel belangrijk. Echter speelt intuïtie een rol bij alles wat ik doe. Ik begrijp en ben ook van mening, dat intuïtie an sich niet genoeg is om voor A of B te kiezen. Mijns inziens is het wel een goede raadgever om na te gaan of ik het bij het juiste eind heb. Als ik aanvoel dat iets niet goed is, zal ik ook mijn best doen om dit te onderzoeken en te kunnen beargumenteren. Ik werk voor de ambtelijke top van Justitie & Veiligheid en voor de minister. Ik ben dus gewend om met feiten en onderbouwing te komen. Ik denk dat intuïtie voor iedereen van belang is. Je intuïtie vertelt je veel en kan aangeven of je moet doorvragen of niet.’

Vertalen / Translate